Nederland zet zich in om terrorisme zoveel mogelijk te voorkomen en, waar nodig, aan te pakken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is een van de actoren die uitvoering geeft aan het Nederlandse contraterrorismebeleid. Omdat terrorisme niet aan grenzen is gebonden, zijn een brede, mondiale aanpak en internationale samenwerking essentieel.
Beeld: © ANP/Peter Hilz
Sinds de aanslagen van 11 september 2001 is er een enorme toename van internationale inspanningen op het gebied van terrorismebestrijding. Deze inspanningen zijn zeer divers: van militaire interventies, ontwikkeling van preventieve strategieën en internationale samenwerking, tot projecten gericht op het aanpakken van de onderliggende oorzaken van terrorisme.
Ondanks deze inspanningen is de wereld getuige geweest van een opleving van gewelddadige, extremistische en terroristische groeperingen in Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Er vonden meerdere aanslagen plaats in Europa, zoals in Madrid in 2004, Londen in 2005, Parijs in 2015 en Brussel in 2016. Hoewel er sinds 2014 een scherpe daling is geweest van het aantal dodelijke slachtoffers van terrorisme, is het niveau van terroristische activiteiten wereldwijd nog steeds aanzienlijk hoger dan in de periode kort na 11 september. Daarom staan terrorismebestrijding en het voorkomen en bestrijden van gewelddadig extremisme nog altijd hoog op de veiligheidsagenda van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Toch is er weinig bekend over de effectiviteit van alle inspanningen die er worden gedaan op het gebied van contraterrorisme (CT) en het voorkomen en bestrijden van gewelddadig extremisme (P/CVE). Ook is er weinig evaluatief onderzoek gedaan naar terrorismebestrijding, zowel op nationaal als internationaal niveau. Tegen deze achtergrond heeft IOB een evaluatie uitgevoerd van het contraterrorismebeleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Centrale vraag
Welke resultaten heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken bereikt dankzij zijn activiteiten op het gebied van CT en P/CVE, en hoe kan beleidsontwikkeling en -implementatie worden verbeterd?
Conclusies

Binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken is de afdeling Contraterrorisme en Nationale Veiligheid van de Directie Veiligheidsbeleid (DVB/TN) verantwoordelijk voor het CT en P/CVE-beleid en interventies. Op basis van de beschikbare beleidsstukken heeft IOB drie algemene doelen kunnen onderscheiden:
- Streven naar een sterke diplomatieke positie om het beleid te beïnvloeden en goed geïnformeerd te zijn om tijdig te kunnen reageren op trends en ontwikkelingen
- Het promoten van de Nederlandse aanpak - ‘Dutch Approach’- in CT en P/CVE
- Het steunen van projecten om terrorisme en gewelddadig extremisme te voorkomen
Ten aanzien van deze doelen leidt het onderzoek Evaluatie contraterrorismebeleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken tot de volgende conclusies:
Het huidige mondiale beleid en bijbehorende interventies op het gebied van terrorisme en gewelddadig extremisme zijn veelal gericht op de meer harde veiligheidsaanpak. Wereldwijd erkennen professionals dat deze, meest dominante, vorm van terrorismebestrijding onvoldoende werkt om het probleem aan te pakken. Interventies gericht op veiligheid op de korte termijn moeten beter worden verbonden met een preventieve aanpak die gericht is op de langere termijn en waarin aandacht is voor bredere sociaaleconomische factoren die leiden tot radicalisering en extremisme. De operationalisering van een multidisciplinaire aanpak op het gebied van CT en P/CVE vraagt om een verbinding tussen de veiligheidssector en de ontwikkelingssector, die beide vanuit verschillende paradigma’s opereren.
De sector wordt gekenmerkt door een groot gebrek aan kennis en evidence over de effectiviteit van interventies op het gebied van CT en P/CVE. Er is nauwelijks aandacht voor het leren van eerdere inspanningen: inzicht in ‘wat werkt en wat niet’ ontbreekt daardoor.
Hoewel DVB/TN in staat is adequaat te reageren op kansen, zoals het co-voorzitterschap van het Global Counterterrorism Forum (GCTF) of dreigingen als de terugkeerproblematiek rond Foreign Terrorist Fighters (FTF), ontbreekt een overkoepelende strategie die duidelijk maakt hoe de verschillende activiteiten van DVB/TN elkaar versterken en bijdragen aan het doel om terrorisme en gewelddadig extremisme te voorkomen en te bestrijden.
Nu Nederland voorzitter af is, is die positie aan erosie onderhevig. Daarnaast is niet altijd duidelijk wat het doel of de impact is van diplomatieke inspanningen op dit terrein, behalve het promoten van de Nederlandse aanpak van CT in internationale gremia.
Bepaalde projecten hebben wel bijgedragen aan de informatiepositie van BZ, wat óók een van de doelstellingen was. Daarnaast kunnen projecten tot positieve, kleinschalige resultaten leiden. De bijdrage van deze projecten aan de Nederlandse veiligheid en het adresseren van de structurele kant van extremisme is echter verwaarloosbaar.
Aanbevelingen

- Formuleer een strategie en concrete mijlpalen voor contraterrorisme (CT) en het voorkomen en tegengaan van gewelddadig extremisme (P/CVE) en maak een koppeling met de bredere veiligheids- en ontwikkelingsproblematiek.
- Verminder de huidige fragmentatie en versterk de link met de veiligheidssituatie in Nederland door CT en P/CVE te richten op de zuidelijke en oostelijke veiligheidsarena’s in de ring rond Europa.
- Investeer in dreigingsanalyses en identificatie van contextspecifieke root causes om beleidsontwikkeling te voeden.
- Investeer in coördinatie van beleidsontwikkeling en –implementatie met andere beleidsdirecties, ambassades en ministeries.
- Investeer in leren door effectieve feedbackloops te creëren tussen veiligheidsanalyses, beleidsontwikkeling, de implementatie van projecten en evaluaties.
Contactpersonen:
Paul Westerhof
Rens Willems
