Sinds de aanvang van het kabinet-Rutte IV investeert Nederland in bilaterale migratiepartnerschappen met belangrijke herkomst- en doorreislanden van migranten. IOB onderzocht in hoeverre de doelstellingen van de Nederlandse partnerschappen werden bereikt en welke lessen kunnen worden getrokken. 

Achtergrond

De Nederlandse bilaterale partnerschappen hebben drie doelen. Het eerste is om personen die geen recht hebben om in Nederland te verblijven, te laten terugkeren naar hun land van herkomst. De andere doelen zijn om irreguliere migratie tegen te gaan en migranten in partnerschapslanden te beschermen.

Onderzoek

Deze evaluatie onderzoekt in hoeverre het Nederlandse bilaterale migratiepartnerschapsbeleid tussen 2022 en 2025 heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelstellingen. 

De evaluatie combineert daarvoor verschillende databronnen en onderzoeksmethoden. Daaronder waren vijf literatuurstudies en een kwantitatieve analyse van terugkeergegevens over de periode 2016–2025. IOB voerde daarnaast casestudies uit in Irak, Marokko, Tunesië en Turkije. In totaal nam IOB bijna 200 interviews af met beleidsmedewerkers, overheden, internationale organisaties, ngo’s en andere betrokkenen, en werden 220 migranten geïnterviewd of betrokken in focusgroepen.

Hoofdconclusie

Icoon van een vergrootglas voor conclusies en bevindingen

Het Nederlandse bilaterale migratiepartnerschapsbeleid heeft in de onderzochte landen maar beperkt bijgedragen aan het bereiken van de doelstellingen. Voor terugkeer is alleen in Marokko een klein aantoonbaar effect gevonden. Van interventies die tot doel hebben de keuze te beïnvloeden van mensen om te migreren, is geen effect vastgesteld op irreguliere migratie. De effectiviteit van migratiemanagement kon onvoldoende worden beoordeeld doordat de onderzoekers beperkt toegang hadden tot projecten. Activiteiten op het gebied van bescherming waren slechts beperkt effectief: ze sloten vaak onvoldoende aan op de behoeften van migranten of werden gebrekkig uitgevoerd.

Er bestaat een spanning tussen de politieke wens om ‘grip te krijgen op migratie’ en de beperkte beïnvloedbaarheid van irreguliere migratie en terugkeer. Beide worden grotendeels bepaald door factoren die buiten de invloedssfeer van bilaterale migratiepartnerschappen liggen.

Belangrijkste aanbevelingen

  1. Vertaal de beleidsopdracht in concrete doelstellingen.
    • Formuleer realistische doelstellingen die wél binnen de Nederlandse invloedssfeer liggen, en houd rekening met inzichten over de beperkte beïnvloedbaarheid van terugkeer en migratie.
    • Informeer de Tweede Kamer periodiek over de voortgang, over bestaande uitdagingen en over hoe daarmee wordt omgegaan.
       
  2. Leg de klemtoon op het tegemoetkomen aan belangen van partnerlanden. Zorg voor duidelijke rechtstatelijke voorwaarden en voor waarborgen over mensenrechten.
     
  3. Herzie de inzet op projecten gefinancierd onder het migratiepartnerschapsbeleid.
    • Stop met financiering van interventies waarvoor overtuigend bewijs bestaat dat ze niet effectief zijn, zoals informatiecampagnes. Stop ook met financiering als toegang en onafhankelijke monitoring niet mogelijk zijn. 
    • Als het beleid tracht bij te dragen aan bescherming van kwetsbare migranten, breng de inzet dan in lijn met de noden van migranten.