In 2021 vertaalde het Nederlandse kabinet de politieke wens om ‘grip te krijgen op migratie’ in een beleid gericht op migratiepartnerschappen met belangrijke herkomst- en transitlanden. Deze koers is in de daaropvolgende jaren en kabinetten voortgezet. IOB heeft onderzocht in hoeverre deze partnerschappen hebben bijgedragen aan de beoogde doelstellingen: het realiseren van terugkeer, het tegengaan van irreguliere migratie, en het beschermen van migranten.

Aanleiding onderzoek:

Deze evaluatie heeft tot doel om de Nederlandse inzet op en uitgaven van de ministeries van Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken aan de migratiepartnerschappen in de periode van 2022 tot 2025 te verantwoorden aan de Tweede Kamer.

Voor deze evaluatie zijn de volgende deelstudies uitgevoerd:

  • Statistische analyse naar het effect van migratiepartnerschappen op het bevorderen van terugkeer
  • 3ie Evidence Gap Map: syntheserapport over beleidsinterventies die zich richten op het adresseren van grondoorzaken voor migratie
  • 3ie Evidence summary: overzicht van bevindingen uit studies over informatiecampagnes
  • 3ie Evidence summary: overzicht van bevindingen uit studies over externe migratiemanagement
  • 3ie Evidence summary:  overzicht van bevindingen uit studies over legale migratie
  • 3ie Evidence summary: overzicht van bevindingen uit studies over investeringen in menselijk kapitaal
  • Literatuuronderzoek over rechtmatigheid
  • Literatuuronderzoek over terugkeer
  • Literatuuronderzoek over bescherming
  • Literatuuronderzoek over het tegengaan van irreguliere migratie

Onderzoeksvragen

In hoeverre heeft het Nederlandse migratiepartnerschapsbeleid tussen 2022 en medio 2025 bijgedragen aan het realiseren van de beoogde beleidsdoelstellingen? Welke aanbevelingen volgen er uit de conclusies van deze evaluatie?

Onderzoekers

Voortgang

Het onderzoek is in uitvoering.

Dit onderzoek zit in stap 3 Onderzoek in uitvoering. De andere stappen zijn: 1 Verkenning, 2 ToR vastgesteld, 4 Rapport vastgesteld, 5 Opstellen beleidsreactie en 6 Rapport naar parlement.