Als reactie op het grote aantal gedwongen en langdurige ontheemden lanceerde Nederland het Prospects partnerschap om de vooruitzichten van gedwongen ontheemden en kwetsbare gastgemeenschappen te verbeteren. Het programma focust op acht landen in de MENA regio en de Hoorn van Afrika en wordt uitgevoerd via een samenwerkingspartnerschap met IFC, ILO, UNHCR, UNICEF en de Wereldbank. De eerste fase van Prospects liep van 2019 tot 2024, fase 2 loopt nog tot eind 2027.
Achtergrond

Het Prospects-partnerschap is een innovatief samenwerkingsmodel dat tot doel heeft de vooruitzichten van gedwongen ontheemden en kwetsbare gastgemeenschappen te verbeteren. Het bouwt voort op de internationale overeenstemming dat humanitaire hulp moest worden aangevuld met een ontwikkelingsgerichte aanpak die ook aandacht zou besteden aan de middellange- en langetermijndimensies van crises. Het programma beoogde de traditionele scheidslijnen tussen humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking te doorbreken door organisaties aan te moedigen samen te werken
Met een budget van 587 miljoen euro voor de eerste fase werd het programma uitgevoerd in acht landen: Egypte, Ethiopië, Irak, Jordanië, Kenia, Libanon, Soedan en Oeganda. Daarnaast omvatte het regionale en mondiale componenten. De tweede en huidige fase (2024-2027) beschikt over een budget van ongeveer 800 miljoen euro. Prospects vertegenwoordigt circa 80% van het totale Nederlandse budget voor opvang in de regio.
Beeld: © Things to Make and Do/IOB
Onderzoeksvraag
De evaluatie richt zich op twee belangrijke vragen.
1. Welke resultaten heeft Prospects opgeleverd voor gedwongen ontheemden en hun gastgemeenschappen?
2. In hoeverre kwam de nexusbenadering, zoals toegepast binnen het partnerschap, de doeltreffendheid en kosteneffectiviteit van het programma ten goede?
Beeld: © Things to Make and Do/IOB
Conclusies

Kort samengevat zijn de belangrijkste conclusies van het rapport:
1 – Prospects heeft bijgedragen aan een grotere weerbaarheid van gedwongen ontheemden en hun gastgemeenschappen, en zij het in mindere mate, ook aan hun zelfredzaamheid. Dit gebeurde door de toegang tot onderwijs en bescherming te vergroten, meer werk- en inkomensmogelijkheden te creëren en inclusief beleid voor vluchtelingen te bevorderen. De resultaten verschilden echter sterk tussen landen en thematische gebieden.
2 – Met betrekking tot de tweede vraag concludeert IOB dat de gecombineerde humanitaire en ontwikkelingsgerichte respons van het partnerschap heeft geleid tot beter afgestemde en meer integrale ondersteuning van gedwongen ontheemden en gastgemeenschappen, die verder ging dan directe noodhulp. Tegelijkertijd waren oplossingen vaak tijdelijk of semipermanent, terwijl resultaten veelal broos bleken en moeilijk konden worden bestendigd. Gezien de methodologische keuzes en beperkingen van de financiële en monitoringsgegevens kunnen in de evaluatie geen harde conclusies worden getrokken over de kosteneffectiviteit van het programma.
Deze algemene conclusie is gebaseerd op de volgende deelconclusies, die antwoord geven op de specifieke onderzoeksvragen. Hoofdstuk zes van het rapport bevat een uitgebreidere beschrijving van deze conclusies.
Prospects heeft bijgedragen aan een grotere weerbaarheid en, zij het in mindere mate, een grotere zelfredzaamheid van gedwongen ontheemden en gastgemeenschappen door de toegang tot onderwijs, werk- en inkomensmogelijkheden en bescherming te vergroten, evenals door inclusiever beleid te ondersteunen. Vergeleken met gastgemeenschappen profiteerden vluchtelingen echter over het algemeen minder van verbeteringen op het gebied van werk- en inkomensmogelijkheden en zelfredzaamheid. Door de instabiele context zijn deze resultaten broos en aan verandering onderhevig.
De oorspronkelijke ambities van het ministerie van Buitenlandse Zaken sloten niet altijd voldoende aan bij de lokale realiteit in de geselecteerde landen, maar afstemming op de nationale context en samenwerking met nationale overheden zorgden tijdens de uitvoering voor een betere aansluiting. Over het geheel genomen speelde het programma adequaat en evenwichtig in op de behoeften van gastgemeenschappen en gedwongen ontheemden, maar slaagde het er minder goed in om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van vrouwen en meisjes en mensen met een beperking, en om belanghebbenden buiten nationale overheidsinstanties op betekenisvolle wijze bij de uitvoering te betrekken.
De gecombineerde humanitaire en ontwikkelingsgerichte interventies boden gedwongen ontheemden en gastgemeenschappen integrale ondersteuning die verder ging dan directe noodhulp, waardoor de effectiviteit voor de doelgroep toenam. Oplossingen bleven echter vaak tijdelijk of semipermanent als gevolg van factoren buiten de invloed van Prospects. Vanwege methodologische keuzes en beperkingen in de financiële en monitoringsgegevens worden in de evaluatie geen algemene conclusies getrokken over de (al dan niet toegenomen) kosteneffectiviteit van Prospects.
Het partnerschap zorgde voor een betere afstemming en coördinatie tussen partners. Partners gaven aan dat de verhouding tussen transactiekosten en baten verbeterde ten opzichte van de aanzienlijke initiële investeringen in tijd en middelen. Echter, deze verandering kon niet worden gekwantificeerd.
Prospects heeft bijgedragen aan de verdere ontwikkeling van de nexusbenadering door de toepassing ervan verder te verfijnen, het draagvlak op het niveau van de hoofdkantoren van partnerorganisaties te vergroten en programmatische inzichten te genereren die relevant zijn voor de internationale beleidsdialoog over situaties van gedwongen ontheemding.
Aanbevelingen

Op basis van bovenstaande conclusies heeft IOB aanbevelingen ter verbetering geformuleerd op drie verschillende vlakken: 1. De resterende looptijd van fase 2; 2. Beleid en programma’s op het gebied van vluchtelingenrespons in de regio; en 3. Programma’s die gebruikmaken van een partnerschapsbenadering.
- Geef prioriteit aan het testen en geleidelijk opschalen van bewezen werkwijzen boven het ontwikkelen van nieuwe pilots.
- Versterk de beleidsdialoog om de randvoorwaarden voor werk- en inkomensmogelijkheden te verbeteren, met name voor gedwongen ontheemden.
- Focus op het versterken van kennis en verbeteren van de toegang tot formele en informele markten door middel van digitalisering en sterkere juridische kaders, met inbegrip van veilige arbeidsomstandigheden.
- Versterk investeringen in gerichte ondersteuning en pak belemmeringen aan die specifieke groepen treffen, met name vrouwen en mensen met een beperking.
- Waarborg uniformiteit in de meting van indicatoren in het dashboard.
- Waarborg dat alle partners externe eindevaluaties uitvoeren en aan het einde van fase 2 een synthese van deze evaluaties opstellen.
- Maak beter gebruik van regionale functies binnen partnerorganisaties om leren en kennisuitwisseling tussen organisaties en regio's te bevorderen.
- Institutionaliseer de deelname van uitvoerende partners, waaronder door vluchtelingen geleide organisaties en door jongeren geleide organisaties, aan planning, monitoring, evaluatie en leren.
- Stem de communicatiestrategie beter af op de omvang van het partnerschap en de mondiale, regionale en nationale dimensies ervan.
- Zet het systeem van langetermijnfinanciering voor programma’s voor vluchtelingenrespons voort om de focus op duurzame oplossingen en de langetermijnprocessen die nodig zijn om de leefomstandigheden van kwetsbare bevolkingsgroepen te verbeteren te versterken.
- Verduidelijk binnen de beleidstheorie van de directie Migratie, Ontheemding en Ambtsberichten of en hoe programma’s voor vluchtelingenrespons bijdragen aan de doelstellingen van het ministerie op het gebied van regionale stabiliteit en het voorkomen van verdere migratie naar derde landen.
- Ontwikkel een beoordelingskader dat politieke prioriteiten verduidelijkt en operationaliseert, risico’s met betrekking tot het beginsel van non-refoulement beoordeelt en richting geeft aan investeringen in programma’s voor vluchtelingenrespons in relatie tot duurzame oplossingen: hervestiging, integratie en vrijwillige terugkeer, met inbegrip van wederopbouw in landen van herkomst. Formuleer daarbij realistische doelstellingen voor de korte en middellange termijn.
- Versterk de samenhang met en het leren van andere vluchtelingen- en migratieprogramma’s van het ministerie en onderzoek hoe dit kan bijdragen aan een effectievere vluchtelingenrespons.
- Heroverweeg de partnerselectie en neem criteria op met betrekking tot aantoonbare ervaring van partners, hun lokale inbedding en de relevantie van hun mandaat voor het werken in kwetsbare contexten in de geselecteerde landen. Bied daarbij ruimte voor verschillen in partnersamenstelling tussen landen.
- Verbreed en versterk de betrokkenheid van stakeholders in lijn met de lokaliseringsagenda van het ministerie.
- Houd rekening met de uiteenlopende behoeften en belemmeringen van gastgemeenschappen en gedwongen ontheemden, evenals met de structurele belemmeringen waarmee vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen worden geconfronteerd.
- Verbreed de financieringsbasis van het programma om opschaling mogelijk te maken door gebruik te maken van aanvullende financiële middelen, waaronder middelen van niet-traditionele donoren en de private sector, in het bijzonder uit de regio zelf, en investeer in ondersteunende structuren voor programma’s met meerdere donoren.
- Betrek ambassades en relevante directies structureel bij de besluitvorming over de selectie van landen en partners om een goede aansluiting op de context te waarborgen.
- Zorg voor voldoende voorbereidingstijd voor nieuwe partnerschappen en de bijbehorende governancestructuren door relevante directies en ambassades tijdig te betrekken.
- Inventariseer belemmeringen voor gezamenlijke programmering die voortvloeien uit interne processen en institutionele structuren en pak deze aan.
- Behoud voldoende capaciteit op de ambassades en in Den Haag voor de uitvoering van grootschalige partnerschapsprogramma’s.
- Vermijd complexe monitoringssystemen die aanzienlijke investeringen van partners vergen.
- Begin met een beperkt aantal landen zodat structuren en benaderingen gericht kunnen worden getest, geïmplementeerd en verfijnd voordat verdere opschaling plaatsvindt.
Contactpersonen
- Ruth van Zorge, contactpersoon
- Miyabi Babasaki
- Alexander Otgaar
- Stephanie Bouman
- Jan Willem le Grand