In antwoord op Houthi-aanvallen op de scheepvaart in het Rode Zeegebied, droeg Nederland vanaf 2023 bij aan drie militaire operaties en een diplomatiek spoor. IOB onderzocht in hoeverre de Nederlandse doelen bereikt werden en welke lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige operaties.
Achtergrond

De Rode Zee is sinds november 2023 een strijdtoneel van geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten. De Houthi’s vallen vanuit Jemen internationale koopvaardij en marineschepen aan, naar eigen zeggen uit solidariteit met Gaza. Die aanvallen bedreigen de scheepvaart en vrije doorvaart op een cruciale handelsroute.
Nederland besloot in reactie daarop bij te dragen aan diplomatieke pogingen tot de-escalatie en aan drie militaire operaties:
1. Operation Prosperity Guardian met Zr.Ms. Tromp en stafofficieren
2. EUNAVFOR Aspides met Zr.Ms. Karel Doorman en stafofficieren
3. Operation Poseidon Archer met een stafofficier
Beeld: © BlauwZAND/DKK
Deze tijdlijn toont de tijdspanne van de militaire operaties. Operation Prosperity Guardian, Operation Poseidon Archer en EUNAVFOR Aspides en de duur van de Nederlandse bijdragen daaraan. Daarnaast staan er een aantal belangrijke gebeurtenissen, gerelateerd aan de Rode Zee-crisis, vermeld in de tijdlijn.
Onderzoek
IOB evalueerde de Nederlandse inspanningen, primair in de periode tussen het begin van de Houthi-aanvallen in november 2023 en het vertrek van Zr.Ms. Karel Doorman uit operatie Aspides op 8 augustus 2024. De hoofdvraag was:
In hoeverre zijn de doelen van de geïntegreerde Nederlandse inzet op maritieme veiligheid in het Rode Zeegebied bereikt, hoe kan dit worden verklaard en welke lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige Nederlandse bijdragen aan missies en operaties?
Het antwoord op deze vraag werd door IOB uitgewerkt aan de hand van drie bouwstenen: 1) besluitvorming en opzet, 2) uitgevoerde activiteiten en bereikte resultaten, en 3) doelrealisatie. Het onderzoek bestond uit interviews met 71 respondenten en een analyse van externe en interne documenten van de operaties en betrokken Nederlandse ministeries.
Conclusies

Kort samengevat zijn de belangrijkste conclusies van het rapport:
- Er was een discrepantie tussen de bescheiden en realistische doelen van de Nederlandse militaire bijdragen en de ambitieuze operatiedoelstellingen van Operation Prosperity Guardian en Aspides.
- De doelstellingen van de Nederlandse militaire bijdragen zijn grotendeels bereikt. Nederlandse eenheden en diplomaten waren capabel en hebben flexibel ingespeeld op de veranderende context.
- De ambitieuze operatiedoelen van maritieme operaties Operation Prosperity Guardian en Aspides – het herstellen of handhaven van de vrijheid van doorvaart en bijdragen aan maritieme veiligheid in het Rode Zeegebied – zijn slechts zeer gedeeltelijk bereikt.
- Verschillende factoren belemmerden de effectiviteit van Operation Prosperity Guardian en Aspides. 1) de operaties deden niets aan de Houthi capaciteit en intentie aan te vallen, 2) de operaties kregen te weinig schepen, 3) in EU-operatie Aspides schortte het aan randvoorwaarden voor effectief militair optreden (e.g., goede commandostructuur en voldoende inlichtingenniveau).
- De inzet van marineschepen moest onder meer een afschrikwekkend signaal afgeven aan de Houthi’s en andere kwaadwillenden dat dergelijke schendingen van de vrije doorvaart niet geaccepteerd worden. Dat signaal had geen zichtbaar effect op de Houthi’s, die bleven aanvallen (zie ook kaart hieronder).
- De Houthi’s hebben laten zien dat het mogelijk is met beperkte middelen maritieme knelpunten te blokkeren en westerse landen onevenredige kosten op te leggen. Westerse landen zagen zich gedwongen langdurig dure en schaarse verdedigingsmiddelen in te zetten tegen veel goedkopere aanvalsmiddelen.
- Ondanks de beperkte Nederlandse invloedssfeer en het minimale diplomatieke momentum, heeft Nederland diplomatieke resultaten geboekt. Wel bleven vrede in Jemen en de-escalatie in de regio in de evaluatieperiode buiten zicht.
Beeld: © BlauwZAND/DKK
Aanbevelingen

Op basis van de bovenstaande conclusies zijn in het rapport vijf aanbevelingen geformuleerd, die in het rapport verder zijn uitgewerkt.
De doelstellingen van de Nederlandse militaire bijdragen waren bescheiden en realistisch. Echter, de operatiedoelstellingen – die niet door Nederland maar door de coalitie waren geformuleerd – waren erg ambitieus. Hoewel het beeld van de conflictsituatie en de uitvoering van operaties vooraf niet volledig is, zou in de Artikel 100-brief beter moeten worden ingegaan op mogelijke beperkingen voor de haalbaarheid van operaties en in voorkomende gevallen ook beter beargumenteerd moeten worden waarom Nederland er toch voor kiest om deel te nemen.
Het schortte bij Aspides aan belangrijke randvoorwaarden voor effectief militair optreden. In Nederland bestaat beleidsmatig de wens om de EU militair te versterken en minder afhankelijk van de VS te worden – ook gezien de Russische dreiging. Als Nederland in de toekomst sterkere Europese missies en operaties wil, zal het ook de benodigde capaciteiten daarvoor moeten inbrengen. Daarnaast doet Nederland er verstandig aan om in Brussel aan te dringen op versterking van randvoorwaarden voor effectief optreden zoals een goede commandostructuur en inlichtingensamenwerking.
Defensie heeft haar eenheden met de beste beschikbare militaire middelen uitgezonden. Deze zijn logischerwijs vaak ook duur. In het Rode Zeeconflict is – net als in bijvoorbeeld Oekraïne – gebleken dat een tegenstander met een asymmetrische dreiging en inzet (e.g., goedkope drones) Nederland en zijn bondgenoten kan dwingen om schaarse, hoogwaardige en dure verdedigingssystemen in te zetten. Zo’n asymmetrische oorlog is duur en op de langere termijn moeilijk vol te houden. Daarom is het voor Nederland van belang om te blijven investeren in efficiëntere verdedigingsmethoden- en middelen tegen asymmetrische dreigingen.
In het Rode Zeeconflict werden drie militaire operaties georganiseerd, waarbij de twee maritieme operaties nagenoeg dezelfde doelen nastreefden. Verenigde militaire inspanningen waren wellicht efficiënter geweest. Gegeven de gefragmenteerde internationale inspanningen heeft Nederland er verstandig aan gedaan om in de diverse operaties ten minste een minimale aanwezigheid te hebben. Daardoor had Nederland een goede informatiepositie en heeft het bijgedragen aan meerdere bondgenootschappen (met de VS en de EU).
De inzet van stafofficieren was soms wel erg kort; een langere uitzendduur is nodig om relaties op te bouwen en de operatie goed te leren kennen. Als zo’n situatie zich in de toekomst voordoet, kan het voor Nederland raadzaam zijn om opnieuw aan meerdere operaties deel te nemen met het oog op belangrijke bondgenootschappen en operationele voordelen.
Aan het begin van de Rode Zeecrisis was er weinig diplomatiek momentum voor de-escalatie en verwelkomden de Houthi’s een militaire escalatie. Nederland had toen realistische verwachtingen van diplomatiek doelbereik, maar heeft de diplomatieke kanalen met de belangrijke spelers in de regio opengehouden. Nederland plaatste begrijpelijke vraagtekens bij het Houthi-narratief van solidariteit met Gaza als reden voor de aanvallen op de koopvaardij.
Toch biedt het staakt-het-vuren in Gaza van oktober 2025 – in combinatie met de zware Amerikaanse en Israëlische aanvallen op de Houthi’s – wellicht een nieuw diplomatiek momentum voor de-escalatie en een pad naar vrede in de regio waar Nederland een bijdrage aan zou kunnen leveren.

Muurschildering in Sana’a toont Houthi die Israëlisch schip stopt. 
Door Houthi’s tot zinken gebracht vrachtschip Rubymar. 
Gevechtswacht op Zr.Ms. Karel Doorman in Golf van Aden.
