Om een antwoord te formuleren op de aanhoudende kritiek ten aanzien van het gebrek aan effectiviteit van de hulp, hebben zowel bilaterale als multilaterale donoren, vanaf de tweede helft van de jaren negentig, initiatieven ontwikkeld om de organisatie en opzet van de hulp te veranderen. Centrale thema’s daarbij zijn de noodzaak de hulp beter te coördineren tussen de donoren onderling en met de overheid waaraan hulp wordt verleend. In de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is getracht aansluiting te zoeken bij deze internationale ontwikkelingen.

Eind 1998 werd de sectorale benadering geïntroduceerd met als doel de hulp effectiever en duurzamer te maken. Uitgangspunt daarbij was dat de hulp zo goed als mogelijk moest worden afgestemd op het beleid en de beheerskaders van de overheid van het ontvangende land. Daar hoorde een sterke voorkeur bij voor het verlenen van begrotingshulp. Deze uitgangspunten zijn ook terug te vinden in de notitie Aan Elkaar Verplicht, die na de regeringswisseling in 2003 aan het parlement werd aangeboden. In die notitie werden echter ook aanpassingen en nieuwe prioriteiten voor het sectorbeleid geformuleerd, die van invloed waren op de bilaterale hulp vanaf die tijd.